De reisbureauregeling: vier woorden die bij de meeste evenementprofessionals geen bel doen rinkelen, tot ze er midden in een BTW-controle ineens tegenaan lopen.
De reisbureauregeling is een bijzondere BTW-regeling. Ze staat beschreven in de Wet op de omzetbelasting 1968 (art. 28b tot 28l). De regeling is gebaseerd op de Europese BTW-richtlijn. Het uitgangspunt is simpel. Wie reisdiensten inkoopt bij derden en doorverkoopt als pakket, berekent geen BTW over de volledige verkoopprijs, maar alleen over de winstmarge. Die marge is het verschil tussen wat jij aan de klant factureert en wat jij zelf hebt betaald aan externe dienstverleners voor de reisdiensten: transport en overnachtingen.
De regeling heet "reisbureauregeling", maar is breder van toepassing dan de naam doet vermoeden. Ze geldt niet alleen voor reisbureaus en touroperators. Ook evenementenbureaus die reispakketten samenstellen voor klanten, kunnen ermee te maken krijgen. Sterker nog: ook bij een incentive-reis is de reisbureauregeling van toepassing, bijvoorbeeld als je vluchten en hotels inkoopt bij externe partijen en dit als onderdeel van een alles-in-één evenementpakket aan je klant factureert.
Dat heeft directe gevolgen voor hoe je de BTW berekent en hoe je factureert, maar ook voor wat je klant fiscaal mag doen met de BTW die je in rekening brengt. Dit zijn de kernpunten: BTW wordt berekend over de marge, niet over de volledige prijs. BTW mag niet apart op de factuur worden vermeld. De klant kan de BTW niet terugvragen als voorbelasting. En voor reisdiensten van aanbieders buiten de EU geldt 0% BTW.
Het is niet de meest sexy regelgeving, maar wel de regelgeving die je wilt kennen voordat je een incentivepakket van €50.000 factureert.
