Je kent het ritueel. Acht mensen aan een tafel, post-its, een flipover, iemand zegt 'er zijn geen foute ideeën'. Twee uur later ligt de muur vol gekleurde briefjes en gaat iedereen naar huis met het gevoel: we hebben iets gedaan. De week erna weet niemand nog wat er bedacht is.
De meeste brainstorms mislukken omdat ze beginnen zonder richting. Mensen bedenken losse dingen — een goochelaar, een escape room, een act van vroeger — zonder dat iemand de vraag stelt: waar werken we eigenlijk naartoe?
Een goede brainstorm begint niet bij ideeën. Een goede brainstorm begint bij een vraag die scherp genoeg is om 'nee' te kunnen zeggen. 'Wat kunnen we doen op ons personeelsfeest?' is geen vraag. 'Hoe vieren we dat we na twee zware jaren weer grip hebben, zonder dat het voelt als een overwinningsfeest?' — dat is een vraag waar antwoorden op komen die iets betekenen.

